Woord van de Week #11

Woord van de Week

Oh, wat een genoegen om bij de titel twee cijfers neer te mogen zetten! Het getal 11 vind ik ook nog eens bereleuk omdat ik geboren ben in november en dat is de elfde maand van het jaar. Het elfde Woord van de Week mag dan ook wel een bijzonder leuk woord zijn. En ja hoor, dat is het ook! Het elfde Woord van de Week is:

alwaar

Kijk nou eens hoe leuk. Zo zie je maar weer, ik stel jullie nooit teleur!

al·waar (bijwoord)
1 versterking van waar

Ik citeer bij dit woord mijn stiefpaps:

Zij ging naar het zwembad, alwaar zij haar grote teen in het water stak alvorens erin te springen.

Er zijn twee woorden in deze zin die mijn taalfanatisme ernstig doen bloeien: ‘alwaar’ en ‘alvorens’. Als ik twee Woorden van de Week kon schrijven zou ik ‘alvorens’ ook behandelen, maar dat is misschien leuk voor de volgende keer. Deze week houden we het bij ‘alwaar’, wat eigenlijk dus ‘waar’ in het kwadraat uitdrukt.

Nou denk ik dat citaten zoals bovenstaande bijster schaars zijn in de spraak van de meeste mensen. Iets als:
Zij ging naar het zwembad en toen ging ze haar grote teen in het water steken en daarna sprong ze erin‘ wordt meer gehoord, denk ik zo. Het hele woord ‘waar’ komt hier niet eens in voor, dus laten we deze zin nog even een beetje meer verfraaien:
Zij ging naar het zwembad, waar zij haar grote teen in het water stak en daarna in erin sprong‘. Oké, nu zijn we er bijna. Aangezien ‘alwaar’ de verbeterde versie van ‘waar’ is, gaan we dit woord nu toevoegen. Genieten jullie maar even met me mee:
Zij ging naar het zwembad, alwaar zij haar grote teen in het water stak en daarna erin sprong‘.
Dichterlijk, hè? 

Zoals aan het citaat te zien is kan het altijd nog mooier, dichterlijker, poëtischer, denderender en/of magischer, door bijvoorbeeld een woord als ‘alvorens’ uit te spreken, maar ik had gezegd dat ik hier niet teveel op in zou gaan, dus dat doe ik dan maar niet.

Een opdracht voor jullie, om de komende week uit te voeren:
Zeg dit eens tegen een ander:
– ‘Ik ga even naar de wc, alwaar ik mijn behoefte zal doen.’
– ‘Wat we gaan doen? Ik weet een leuke plek alwaar we een ijsje kunnen eten.’ (Leuke toevoeging: ‘waar is dat dan?’ ‘nou, ginder!’)
– ‘Ik ben over een kwartier op de plek alwaar we hebben afgesproken.’

Dit was het Woord van deze Week! Tot volgende keer koekepeer!

Advertenties

Reageer

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s